|
Flora,Fauna en natuur in Duitsland De Duitse flora behoort tot twee plantengeografische provincies van de Eurosiberische regio: in het uiterste noordwesten tot de Atlantische provincie en in de rest van Duitsland tot de Midden-Europese provincie. De alpine plantengroei van het hooggebergte vormt een afzonderlijke sector. De natuurlijke begroeiing bestaat overwegend uit bos, met uitzondering van een zilte strook langs de kust, stuifduinen, levende hoogvenen en het gebergte boven de boomgrens. Bij het begin van onze jaartelling was Duitsland nog voor ca. 75% met bos bedekt, ca. 1800 nog slechts voor ca. 20% en op dit moment door herbebossing weer voor ca. 30%. Tweederde van de bossen bestaat uit naaldhout, met name dennen en sparren Duitsland bezit als een van de weinige landen in West-Europa nog echte stukken oerbossen. De gebroeders Grimm bezaten een kasteel in deze oerbossen en deden daar inspiratie voor hun sprookjes op. Tegenwoordig worden de oerbossen bedreigd door luchtvervuiling en zure regen. Bossen in Duitsland Het loofbos bestaat voornamelijk uit eikenhaag beukenbos (met eik, haagbeuk, beuk, wilde kers, es, esdoorn) op voedselrijke gronden in de laagvlakte; beukenbos in het Atlantische en Baltische laagland, in het heuvelgebied en de onder de sparrengordel gelegen beukengordel der gebergten; eikenberkenbos op voedselarme gronden in de laagvlakte; elzen en wilgenbos in de moerassen; wilgenbos en essen,iepen,vogelkersbos in de overstromingsgebieden van de rivieren. Duitsland bestaat verder voor ca. 14% uit natuurgebieden met als vegetatietypen o.a. heiden in vooral het noordwesten, hoogvenen vooral in de gebergten. Moerassen vooral in het zuiden van Beieren en Württemberg en in het noordoosten, rotsbegroeiingen, struwelen en lokaal de merkwaardige schrale vegetatie van bodems rijk aan zink of lood.
Landschappen en Bossen in Duitsland Tot begin 20ste eeuw hadden de halfnatuurlijke landschappen, zoals schrale en extensief beweide graslanden, heiden en hooimoerassen, nog een belangrijk aandeel in de plantengroei van Duitsland . Door revolutionaire wijzigingen in de agrarische cultuur zijn deze eeuwenlang stabiel gebleven levensgemeenschappen tot op enkele resten teruggedrongen en overigens herontgonnen of verwilderd, wat tot een aanzienlijke verarming van flora en fauna heeft geleid. In moerasgebieden, op veengronden en in de vochtige bosgebieden van Noord-Duitsland komt veel dopheide voor. Lamsoor is goed bestand tegen het zilte kustmilieu en groeit vooral langs de Duitse Noordzeekust. In de duinen is de zeedistel een veel voorkomende plant. De met uitsterven bedreigde gele plomp komt voor in het stroomgebied van de Rijn en aan de benedenloop van de Elbe. Waterlelies drijven op meren en waterspaarbekkens.Ook de gele lis is een beschermde plantensoort die meestal groeit tussen het riet of in vochtige bosgebieden. In beuken- en dennenbossen vinden we de bekende hulst, veelvuldig gebruikt met kerstmis. In de Alpen is de gentiaan een van de fraaiste verschijningen. Hoog in de Alpen groeit de beroemde edelweiss. Fauna in Duitsland De dierenwereld lijkt veel op die van Nederland en België althans wat het noorden en westen betreft; in het oosten sluit de fauna aan bij die van Oost-Europa en in het zuiden (Beieren) bij die van de Alpen. De hier en daar nog uitgestrekte bossen bieden schuilplaats aan o.a. herten, talrijke wilde zwijnen en wilde katten, grotendeels te danken aan een goed jachtbeheer. De vos, de das, de marter en de otter komen voor in daartoe geschikte biotopen. Het edelhert en het ree hebben zich dankzij uitstekende jachtwetten kunnen handhaven. De eland is in enkele Oostzeegebieden weer ingevoerd en dit is elders ook het geval voor damhert, sikahert en moeflon. Haas en konijn zijn algemeen, net als veel andere kleine knaagdieren, waaronder de eekhoorn, de hamster, en de zogenaamde slaapmuizen (o.m. de relmuis). De muskusrat is vanuit Bohemen in Tsjechië binnengedrongen en heeft zich sterk in noordwestelijke richting uitgebreid. De bever heeft zich o.a. in de Elbe kunnen handhaven. Noordzeekust Duitsland Aan de Noordzeekust leeft de gewone zeehond, aan de Oostzeekust de stinkrob. Bruinvis en tuimelaar zijn vrij gewone verschijningen in de kustgebieden. De vogelwereld is een typische Westeuropese met enkele alpine soorten (b.v. alpenkauw, rotskruiper en sneeuwhoen). Bijzondere vogelsoorten zijn o.a. het auerhoen, het hazelhoen, de raaf, de grote trap, de kraanvogel, de zwarte ooievaar, de steenarend, de zeearend en de oehoe. Van de reptielen kunnen genoemd worden de Europese moerasschildpad, vele soorten hagedissen en slangen waaronder de esculaapslang en de dobbelsteenslang. Bijzondere amfibieën zijn de alpen- en vuursalamander. De zalm is uit de Rijn vrijwel verdwenen ten gevolge van de watervervuiling. Toename van de bevolking, urbanisatie en industrialisatie hebben de fauna sterk teruggedrongen. Natuurparken in Duitsland De natuurparken van Duitsland en nationale parken zijn gebieden die uit waardevolle natuurlijke en gecultiveerde landschappen bestaan. Sommige van deze beschermde gebieden zijn wereldwijd uniek te noemen. Duitsland heeft meer dan 90 natuurparken en 15 nationale parken, die alle internationaal herkend worden. Het is enkel in het laatste decennium dat meest van deze enorme gebieden deze speciale bescherming is gegeven. Klimaat in Duitsland Duitsland heeft een gematigd klimaat: warme zomers (mei-augustus) en koude, natte winters (november-maart). De gemiddelde temperatuur in juli varieert van 16 tot 20 graden Celsius. In januari ligt de temperatuur tussen de -1 en 6 graden Celsius. Het gehele jaar is er kans op neerslag. Meer over klimaat klik hier.....
|